Soms gaat een ruzie helemaal niet over waar je ruzie om maakt
Afgelopen week waren mijn man en ik een paar dagen samen naar de Alpen.
Lekker wandelen.
Lekker gegeten.
Goede gesprekken.
En meer tijd om een boek te lezen.
Tot ik ineens zei:
“Zullen we een potje Yahtzee doen?”
Ik vind dat heerlijk.
Gewoon gooien.
Even kijken waar je de dobbelstenen invult.
Niet ingewikkeld.
Geen moeilijke spelregels.
Mijn man kijkt daar heel anders naar.
Hij houdt van tactieken.
Van strategie.
Van spellen waarbij je kunt nadenken.
En laat Yahtzee nou net een spel zijn waarbij geluk vaak belangrijker is dan strategie.
Ik gooide de ene goede worp na de andere.
Ondertussen ging het bij hem iets minder…
En langzaam zag ik zijn humeur veranderen.
“Kom,” zei ik.
“We stoppen ermee. Hier heb ik geen zin in.”
Dat maakte hem juist nóg bozer.
“Je weet toch dat ik dit geen leuk spel vind?”
“Ja,” zei ik. “Maar ík vind het wel leuk.”
En voor we het wisten zaten we als twee kleine kinderen tegenover elkaar te mokken.
Na een minuut of tien kwam hij naar me toe.
“Zullen we de strijdbijl begraven?”
Waarop mijn ego dacht:
Welke strijdbijl? Jij begon toch?
Achteraf moest ik er eigenlijk om glimlachen.
Want ruzie…om een spelletje.
Maar was het eigenlijk wel een ruzie om Yahtzee?
Eigenlijk niet.
Tijdens familieopstellingen zie ik dit ook zo vaak.
We denken dat we ruzie hebben over de vaatwasser.
Over geld.
Over wie er gelijk heeft.
Of, zoals bij ons, over een spelletje.
Maar onder zo’n ruzie zit vaak iets heel anders.
Een behoefte die niet wordt uitgesproken.
Ik kwam er pas later achter…
Het ging mij helemaal niet om Yahtzee.
Het ging mij om samen plezier maken.
Even dom lachen.
Een spelletje waarbij het nergens over hoeft te gaan.
Soms kom je er pas achteraf achter waar het je eigenlijk om ging.
En dat was voor mij deze keer precies dat.
En wie weet…
spelen we dan zelfs nog een tweede potje Yahtzee. 😉
