De afgelopen tijd ben ik veel bezig met mijn eigen persoonlijke ontwikkeling.
Veel voelen.
Lezen. Studeren. Onderzoeken.
Nieuwe stappen zetten binnen mijn bedrijf.
En ondertussen kijken naar patronen die al jarenlang met me meebewegen.
Van de week werd ik ineens ergens heel duidelijk op geraakt.
Dat ik, zodra er veel in mij gebeurt, de neiging heb om me terug te trekken.
Meer in mijn eigen wereld te gaan zitten.
Zelf doen.
Zelf oplossen.
Mezelf afsluiten.
Geen verbinding zoeken. Veel in mijn hoofd zitten.
Een patroon dat ik eigenlijk al mijn hele leven ken.
Dat als ik mij kwetsbaar voel, ik mezelf terugtrek.
“Je hoeft mij niet te helpen”.
“Ik kan het prima zelf”.
“Nee hoor, er is niets aan de hand”.
Terwijl er van binnen eigenlijk van alles gebeurt.
Pas later dacht ik:
wat gebeurt daar nou eigenlijk?
En tegelijk merkte ik ook iets anders.
Dat ik het patroon tegenwoordig veel sneller herken.
Dat ik eerder voel: hé… daar ga ik weer.
Terugtrekken.
Zelf doen.
Alles alleen willen dragen.
Waar ik vroeger vooral in die beweging bleef hangen, boos werd op mijn partner, me eenzaam voelde en intens verdrietig kon zijn, kan ik er nu veel bewuster naar kijken en naar handelen.
En juist dat vind ik zo mooi aan persoonlijke ontwikkeling.
Dat oude patronen misschien niet ineens verdwijnen, en soms nog steeds geraakt kunnen worden, maar dat je er wel steeds meer bewustzijn op krijgt.
Binnen de familieopstellingen die ik begeleid zie ik dit ook zo vaak terug.
Dat mensen zó gewend zijn geraakt om sterk te zijn, dat ze bijna vergeten zijn hoe het voelt om echt te leunen. Of om hulp te ontvangen zonder zich bezwaard te voelen.
En misschien is dat ook wel waarom ik dit werk zo bijzonder vind.
Omdat het niet gaat over perfect worden.
Maar over jezelf steeds een beetje beter leren begrijpen.
