Onze middelste zoon Sam komt vandaag thuis.
Drie maanden Kaapstad, Zuid-Afrika.
Achttien jaar.
Drie maanden weg van huis.
Drie maanden waarin hij nieuwe mensen ontmoette,
nieuwe plekken zag
en dingen meemaakte die je alleen leert
door het zelf te doen.
En je merkt het.
Ik kon het al zien via Facetime.
Ik hoor het in zijn stem.
In zijn verhalen.
In zijn humor.
Hij is gegroeid.
Niet alleen in wat hij heeft gedaan.
Maar in wie hij aan het worden is.
Vandaag stappen wij in de auto.
Zijn vader.
Zijn oudste broer Bram.
Zijn jongste broer Mike.
Op weg naar Schiphol.
Mike heeft een bord gemaakt.
Zelf in elkaar getimmerd en beschilderd.
“Lieve Sam, welkom thuis.”
En dat is hij.
Welkom.
Ook al was hij drie maanden ver weg.
Ook al zat hij al die tijd niet aan tafel.
Hoorde ik zijn muziek niet door het huis.
Lag zijn kleding niet in de was
(al vond ik dat laatste iets minder erg 😉).
Hij hoort erbij.
Dat verandert niet.
Hij is onze middelste zoon.
En zijn plek in ons gezin blijft.
Erbij horen stopt niet
In systemisch werk noemen we dat binding.
Erbij horen.
Dat is een van de diepste krachten in een familiesysteem.
Of iemand dichtbij is
of aan de andere kant van de wereld zit.
Of iemand er dagelijks is
of een tijd weg.
De plek blijft.
Je hoort erbij.
En dat geldt niet alleen voor kinderen
die een paar maanden naar Zuid-Afrika gaan.
Dat geldt voor iedereen in een familie.
Voor de vader
over wie thuis nauwelijks gesproken werd.
Voor de oma
die stierf toen jij nog klein was
en van wie de foto ergens achterin een lade ligt.
Voor een broer of zus
die er even was
maar nooit een plek kreeg in het verhaal van de familie.
Een systeem vergeet niemand.
Erbij horen blijft.
Wat gebeurt er als iemand geen plek krijgt?
In familieopstellingen zien we vaak wat er gebeurt
wanneer iemand uit het systeem
(on)bewust buiten beeld raakt.
Dan gaat een ander – vaak zonder dat hij of zij het weet –
iets dragen wat niet van hem of haar is.
Een kind dat zich al jong verantwoordelijk voelt
voor hoe het met iedereen gaat.
Een zwaarte in je lijf
die je niet goed kunt uitleggen.
En patronen die steeds terugkomen.
In relaties.
Of op je werk.
Het systeem zoekt altijd naar balans.
En vaak begint rust daar
waar iedereen weer zijn of haar plek mag hebben.
Zodat er langzaam
weer ruimte komt.
Meer rust.
In het familiesysteem.
En daarmee
ook in jou.
Misschien raakt dat me vandaag ook wel zo.
Dat besef
dat iedereen een plek heeft.
En dat die plek blijft.
Ook als iemand ver weg is.
Zoals Sam
de afgelopen drie maanden.
Sam zit nu in het vliegtuig.
Op weg naar huis.
En straks stappen wij in de auto.
Op weg naar Schiphol.
Het bord van Mike ligt achterin.
“Lieve Sam, welkom thuis.”
Straks een hele dikke knuffel.
Misschien ook een paar tranen.
Van blijdschap.
Want hoe ver je ook reist,
hoeveel je ook meemaakt,
er is altijd een plek
waar je bij hoort.
