Altijd zorgen voor anderen, maar wie zorgt er eigenlijk voor jou?
Hij was de oudste thuis. Zijn vader was afwezig, dus hij nam al jong de rol van ‘man in huis’ op zich. Voor zijn moeder, voor zijn broertjes. Altijd zorgen. Altijd sterk zijn.
Nu is hij volwassen. Heeft een vrouw. Een zoontje. Maar ergens voelt hij zich nog steeds vastzitten. De band met zijn moeder is ingewikkeld. Ze vraagt veel van hem, en ze kan moeilijk omgaan met zijn vrouw. Dat doet pijn. Hij wil het anders. Voor zichzelf. Voor zijn gezin.
In de opstelling wordt snel duidelijk: zijn aandacht gaat naar zijn moeder. Hij draagt iets voor haar wat te zwaar is. Haar pijn, haar verdriet. Niet omdat zij dat vraagt, maar omdat ze zelf niet anders kon. Ze was niet beschikbaar door haar eigen verleden.
Door het uitspreken van een paar systemische zinnen kan hij haar stap voor stap loslaten. Zijn moeder keert zich verder naar binnen. Alsof ze ruimte maakt. Maar het verdriet tussen hen blijft nog voelbaar…
En dan gebeurt er iets moois: Hij ziet zijn jongere deel staan en wilt daar graag naar toe bewegen: zijn kindsdeel die Verloren, Verdrietig en in elkaar gedoken aan de rand van de opstelling staat.
Hij zegt o.a. tegen dat deel van zichzelf:
“Ik zie hoe snel jij groot moest zijn. Ik zie je eenzaamheid. Je verdriet. En ik ben er voor je.”
Langzaam kijkt dat deel op. Glimlach verschijnt; Vol kracht en vol nieuwsgierigheid. En hij zegt o.a. tegen zijn jongere deel:
“Jij bent de allerbelangrijkste persoon op de wereld. Belangrijker dan mijn moeder, mijn broertjes, mijn vrouw, zelfs belangrijker dan mijn zoon. Ik laat je nooit meer in de steek.”
De opstelling lijkt bijna “rond”…
Maar wat nog tussen hem en zijn moeder in staat, krijgt ineens een andere vorm.
Het is zijn vader.
Zijn vader die hem al zo jong in de steek liet. De man die hij jaren niet heeft gezien.
En dan breekt er iets open. Emoties stromen. Hij voelt hoe het gemis van zijn vader altijd onder de oppervlakte aanwezig is geweest.
Er ontstaat ruimte, voorzichtige verbinding. Beetje onwennig nog, maar echt.
Hij komt tot rust met zijn jongere deel dicht bij zich.
En hij weet: vanaf nu mag hij duidelijke grenzen aangeven aan zijn moeder. Liefdevol, maar wel helder.
En de belangrijkste realisatie?
“Ik ben belangrijk. Ik ben er ook.
